HEEL SILICON VALLEY SCRUMT, HET ONDERWIJS GAAT MEE

vives26-5In Vives van deze week verscheen onderstaand artikel van mij:

Volgens een van de bedenkers, Jeff Sutherland,  is Scrum een revolutionaire manier om sneller, beter

en flexibeler te werken. IT-bedrijven als Google, Apple en Facebook, maar ook autobouwers als Tesla en Saab hanteren scrum als projectmiddel. Volgens de bedenkers van Scrum komen zelfs de wekelijkse iPhone-updates tot stand met behulp van Scrum.

 De term ‘Scrum’ is een rugby begrip. Bij een scrum werkt een rugby team nauw samen om de bal over het veld te verplaatsen in de richting van de helft van de tegenstander. Daarbij is het van

belang dat alle spelers goed op elkaar zijn afgestemd, dezelfde intentie hebben en een vastomlijnd doel voor ogen hebben.

In het bedrijfsleven zorgt Scrum ervoor dat ontwikkelaars productief en plezierig samenwerken.

EduScrum is een bewerking van Scrum voor het onderwijs. EduScrum beoogt dat leerlingen sneller, slimmer, effectiever samenwerken en leren.


Korte toelichting

Om de Scrum-methode op de werkvloer of in de klas toe te passen wordt een groot project

opgedeeld in kleine stukjes – ‘sprints’. Zo werkt het team één voor één aan de prioriteitenlijst

van het project. die steeds na een afgeronde sprint kan worden bijgesteld. Op die manier

ontstaat goed inzicht in de voortgang en kan tijdig bijgestuurd worden. De werkzaamheden

worden allemaal kort uitgeschreven op post-its.

Werk dat nog moet worden gedaan staat in To Do en verhuisd na overleg in het team

naar Busy en Uiteindelijk naar Done. Voor die verhuizing worden ceremonies gebruikt. De

scrummaster houdt veelal in de gaten of deze handelingen in het project soepel verlopen.

De scrummaster is eveneens de aangewezen persoon om tijdens de ceremonie de procedure

in de gaten te houden.

Om tijdens de sprints te zorgen dat iedereen het doel voor ogen houdt wordt vooraf het

werkmoment gecontroleerd of het project de goede kant opgaat. Tijdens een Stand-Up

genoemd, die staand plaatsvindt, bespreken de teamleden drie vragen.

1.       Wat hebben we gedaan om ons doel te bereiken?

2.       Hoe kunnen we beter en sneller werken?

3.       En wat staat dat in de weg?

Met deze vragen blijven alle teamleden gefocust op het doel en worden obstakels benoemd.


Scrum in de klas

Twee jaar geleden kwam ik met Scrum in aanraking tijdens een korte lezing van Ellen Reehorst. Zij was bezig om een voor het onderwijs geschikte methode te bedenken om te scrummen.

Wat de meeste toehoorders in die workshop intrigeerde was haar verhaal over het anders organiseren van groepjes. Als leerlingen zelf mogen kiezen zitten ze allemaal bij hun vriendjes en blijven de muurbloempjes en stille leerlingen achter. De vooraf door docenten gemaakte keuze is gebaseerd op de beperkte kijk die men van de klas heeft. Wat we als onderwijsgevenden echter het liefst zien is dat leerlingen leren werken in groepen.
Een telkens veranderende samenstelling werkt aan dat leerproces mee. Bij Scrum worden groepen

niet op uiterlijkheden, maar op kwaliteiten gevormd. Aan de hand van een lijstje competenties

kan een scrum master zijn groepje samenstellen.

In de praktijk komt het er op neer dat er groepen worden gevormd die anders nooit

zouden Zijn ontstaan. Een belangrijke rol in het geheel speelt de scrum master. De scrummaster is meestal een leerling die zich vrijwillig aanbiedt en het team bij elkaar brengt.


Het Team

Een team stelt de scrummaster samen op basis van kwaliteiten. Een groep heeft meer

kans om goed te presteren als leerlingen over diverse mogelijkheden beschikken. Sommigen

zijn immers beter in staat dan een ander om processen te beschrijven, met de computer om

te gaan of te tekenen. Ook competenties die bij het karakter van een leerling passen kunnen

worden meegenomen. Zo zal de een beter zijn in samenwerken en de ander kan weer beter

sturen en een laatste is handig in organiseren of een groep motiveren. AI deze verschillen in een team kunnen een team sterker maken. Om een team samen te stellen wordt dan ook een

lijst gemaakt met gewenste kwaliteiten voor een opdracht. Door de namen weg te halen is

de kans kleiner dat men weer voor hetzelfde vriendje of vriendinnetje kiest.


Projectperiode

De projectperiode [meestal 6-8 weken] wordt opgedeeld in drie sprints. Een sprint is een

relatief korte periode in het project. Uiteraard hangt het af van het aantal lessen per week

hoe lang een sprint duurt. Twee à drie weken is een goede maat. Extra aandacht geven aan

de eisen waaraan een product moet voldoen [definition of done] is belangrijk. De docent

hoort als productowner altijd het overzicht te houden. De opdracht wordt door de leerlingen

in kleine deeltjes geknipt die door een of twee teamleden worden uitgevoerd. Ook hierbij is

bemoeienis van een docent erg belangrijk.

Sommige deelopdrachten maken leerlingen anders te kort of te omvangrijk.

Ervaringen

Op de website van EduScrum Nederland zijn veel positieve ervaringen terug te vinden.

Ook in mijn eigen klassen zie ik dUidelijk dat leerlingen beter weten wat ze moeten doen en

efficiënter werken.

Hoewel scrum bij uitstek geschikt is voor groepswerk en projecten is er ook veel ervaring

met reguliere lessen waarin leerlingen in groepjes bijvoorbeeld een deel van de leerstof

zelfstandig scrummen. In Nederland Zijn er naast universiteiten, hbo’s en mbo’s ook een groot aantal middelbare scholen die de methodiek van scrum in hun lessen gebruiken.


Volgens Eduscrum Nederland ….

          laat EduScrum leerlingen energiek, doelgericht, effectief en efficiënt samenwerken.

          stimuleert EduScrum leerlingen om zich te ontwikkelen tot een waardevol lid van een team.

          zorgt EduScrum voor een op verbetering gerichte mindset.

          is EduScrum een raamwerk voor een co-creatief proces en begeleiding.

Uit eigen ervaring kan ik de positieve ervaringen beamen. Eduscrum is in ieder geval een didactisch middel waardoor er bij mij op school meer differentiatie in de klas ontstaat. Wat verder belangrijk is, is dat leerlingen door te scrummen beter betrokken zijn bij projecten waarin ze samen moeten werken.

 

Van sprint naar sprint

·         De docent is de ‘producteigenaar’: de persoon die aangeeft wat er opgeleverd moet worden. Daarnaast is er een team van drie tot negen mensen die het werk gaan uitvoeren

[in de klas is het handig om met groepjes van vier leerlingen te werken]. Een persoon

is de ‘scrummaster’: dat is de leerling die het team helpt en hindernissen verwijdert.

·         Maak een takenlijst en zet daarbij wat het snelst af moet. Ken aan elke taak een grootte

toe en doe dat in punten.

·         Zet alle taken op post-its en plak die in de Iinkerkolom van een ‘scrum bord’ dat zichtbaar

aan de muur hangt [de kolom ‘backlog’].

·         Plan met het team welke taken er in de eerste ‘sprint’ [werkperiode. van ca. 2 à 3

weken] af kunnen komen. Schuif die briefjes tijdens de sprint naar de kolom ‘to do’ – en dan naar ‘busy’ en ‘done’.

·         Houd vooraf elke les een korte bespreking waarin je bespreekt wat je voor het team hebt gedaan, wat je gaat doen en wat de hindernissen zijn.

·         Houd aan het eind van de sprint een bijeenkomst waarin je het werkende [tussen]product van die sprint bespreekt. En evalueer de manier van werken van het team: bepaal wat er beter kan.

·         Begin aan de volgende sprint en herhaal dit na die sprint nog een keer. Na drie sprints is de opdracht af.

Links naar organisaties die eduscrumtrainingen geven:

www.eduscrum.nl

www.eduscrumnederland.nl

This entry was posted in ICT, Onderwijs and tagged , . Bookmark the permalink.

Comments are closed.